De rechtshandeling waarbij een crediteur, of in het geval van een faillissement de curator, een rechtshandeling vernietigt tussen de schuldenaar (iemand die een ander geld schuldig is) en een derde die inbreuk maakt op rechten van andere crediteuren. Het gaat in dit soort gevallen om de vernietiging van een handeling die deze crediteur benadeelt. De 'wetenschap van benadeling' is hierbij essentieel. De wet kent namelijk specifieke bepalingen waarbij de bewijslast van deze wetenschap mag worden omgekeerd. Bij een faillissement kan deze Actio Pauliana alleen worden ingesteld door de curator.
In sommige gevallen kunnen derden (bijvoorbeeld de Belastingdienst, bank of leveranciers) goederen opeisen uit de faillissementsboedel. De rechter-commissaris kan dit op verzoek van belanghebbende of ambtshalve tegenhouden. Hij bepaalt dan dat het opeisen van deze goederen slechts kan geschieden met zijn goedkeuring (machtiging). In dit soort gevallen is dan sprake van een 'afkoelingsperiode'. Deze afkoelingsperiode kan worden ingesteld voor een periode van ten hoogste één maand. De rechter-commissaris kan deze één keer met maximaal één maand verlengen. Het is met name de curator die, doorgaans in de aanvangsfase van het faillissement, om een afkoelingsperiode verzoekt.
Een regeling tussen de schuldenaar en zijn crediteuren bij surseance of faillissement. Het akkoord kan iedere vorm aannemen, wat in het algemeen betekent dat de schuldeisers een gedeeltelijke betaling accepteren in ruil voor volledige kwijting ('vervulling van de plicht'). Bij faillissement en bij surseance kan de rechtbank de regeling bindend opleggen aan alle crediteuren als deze wordt geaccepteerd door een gekwalificeerde meerderheid (tweederde van het aantal crediteuren vertegenwoordigende drievierde van de schulden). Een akkoord is alleen van toepassing op de gewone, 'concurrente crediteuren' (zie omschrijving 'Crediteuren'). Voor crediteuren met een zogeheten zekerheidsrecht, dan wel preferente crediteuren, is een akkoord niet bindend, tenzij zij dit nadrukkelijk hebben geaccepteerd. Het akkoord bindt tevens de crediteuren die niet hebben gestemd of niet aanwezig waren bij de vergadering van schuldeisers.
Door het uitspreken van het faillissementsvonnis wordt van rechtswege (automatisch) een algemeen beslag gelegd op alle bezittingen van de schuldenaar, en heeft de schuldenaar geen vrije beschikking meer over zijn bezittingen; deze maken vanaf dat moment deel uit van de 'failliete boedel'. Beslagen die voorafgaand aan het faillissement door individuele schuldeisers zijn gelegd, vervallen. (zie ook 'Beslag')
Een schuldenaar en zijn crediteuren kunnen in beroep gaan tegen een groot aantal beslissingen van de rechtbank, waaronder de faillietverklaring, de verlening van de surseance en het afwijzen van een verzoekschrift. Dit gebeurt middels een appèl.
Artikel 2:403 BW voorziet in de vrijstelling voor dochterbedrijven (zogenaamde groepsafhankelijke rechtspersonen) van vrijwel alle voorschriften van het jaarrekeningrecht, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De belangrijkste is dat de financiële gegevens van de groepsafhankelijke rechtspersoon in de geconsolideerde jaarrekening van de moeder zijn opgenomen en dat de moeder een verklaring neerlegt bij het handelsregister (kamer van koophandel) van de groepsafhankelijke rechtspersoon. In deze 403-verklaring stelt de moeder zich hoofdelijk aansprakelijk voor alle uit rechtshandelingen voortvloeiende schulden van deze groepsafhankelijke rechtspersoon. Indien geen 403-verklaring door de moeder is afgegeven, is de moeder in beginsel niet aansprakelijk voor haar dochtermaatschappij. Echter, afhankelijk van de casus kan de moeder op grond van een onrechtmatige daad of onbehoorlijk bestuur aansprakelijk worden gesteld voor haar dochtermaatschappij.
Asset stripping is het na een overname geheel of gedeeltelijk ontmantelen van de overgenomen onderneming, waarbij onderdelen (bijvoorbeeld dochterbedrijven, deelnemingen) met winst worden verkocht. Sommige overnames worden op deze wijze gefinancierd. Oorspronkelijk had de term betrekking op overtollige (vaste) activa die na een overname van een vennootschap werden verkocht.
Terug naar bovenEen balanssanering moet de balansverhoudingen van een vennootschap verbeteren. Dit kan betekenen: omzetten van vreemd vermogen in risicodragend vermogen, afboekingen, verkoop van activa of het buiten de balans brengen van activa en/of passiva ('off balance sheet'- financieringen), schuldsanering of het aantrekken van nieuw risicodragend vermogen.
Een werknemer waarvan de werkgever in staat van faillissement is verklaard, kan bij de bedrijfsvereniging aanspraak maken op niet ontvangen loon tot maximaal 13 weken voorafgaande aan het faillissement alsmede over de opzegtermijn na het faillissement tot maximaal zes weken. Het begrip van loon omvat eveneens opgebouwd vakantiegeld en vakantiedagen.
Op het moment dat het faillissement van een (rechts-)persoon wordt uitgesproken, verliest de (rechts-)persoon van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen. De (rechts-)persoon wordt overigens niet handelingsonbekwaam en kan dus rechtsgeldig overeenkomsten sluiten en verplichtingen aangaan. Deze hebben echter in beginsel geen gevolgen voor het in het faillissement vallende vermogen van de (rechts-)persoon.
Zie 'Fiscus'.
Beslag is een maatregel waarbij op vordering van een belanghebbende bepaalde goederen aan iemands vrije beschikking worden onttrokken, zodat deze goederen tot verhaal kunnen dienen. In Nederland kennen we naast het Algemene faillissementsbeslag (zie ook 'Algemeen beslag') twee soorten beslagen voor schuldeisers, te weten:
Personen die zijn benoemd door de aandeelhouders om de dagelijkse leiding van de onderneming te voeren.
Wanneer een rechtspersoon failliet gaat, kan de curator de bestuurders met hun privé-vermogen aansprakelijk stellen voor de schulden, als aan twee voorwaarden is voldaan:
In deze twee gevallen moeten de bestuurders zelf aantonen dat er géén sprake is van onbehoorlijk bestuur. Lukt hen dat niet, dan zijn zij persoonlijk met hun privé-vermogen aansprakelijk.
Dit is de persoon die bij beschikking van de rechtbank wordt aangesteld in de voorlopige surseance van betaling. Hij krijgt tezamen met de schuldenaar de beschikkingsbevoegdheid over de boedel om de rechten van de crediteuren veilig te stellen. In de praktijk zal de belangrijkste taak van de bewindvoerder bestaan uit het vinden van een goede oplossing om de onderneming en de werkgelegenheid te redden.
Deze bestaat uit alle bezittingen van de schuldenaar aan het begin van de insolventieprocedure en alles wat na die datum tot aan de beëindiging wordt verkregen.
Zowel bij surseance als bij faillissement kan de bewindvoerder of de curator de behoefte hebben aan financieringsfaciliteiten om hem in staat te stellen de onderneming voor enige tijd voort te zetten. De banken die betrokken zijn als crediteuren kunnen in bepaalde gevallen welwillend zijn om een dergelijke faciliteit te verstrekken. Dit gebeurt doorgaans slechts onder de verstrekking van aanvullende zekerheden.
Sommige schulden ontstaan nadat de surseance of het faillissement is uitgesproken en zijn het gevolg van handelen (of juist het nalaten hiervan) van de bewindvoerder/curator. Deze dienen te worden betaald voordat enige betaling kan volgen aan de crediteuren die vorderingen hebben daterend van vóór de insolventieprocedure (zie 'Insolventie').
Break-up value is de waarde van een samengestelde onderneming indien deze in afzonderlijke (deel)transacties kan worden verkocht. Break-up value speelt met name een rol bij liquidatie. Voor een enkelvoudige onderneming wordt hiermee bedoeld de opbrengst van alle activa indien deze afzonderlijk worden verkocht minus het bedrag dat benodigd is voor de honorering van alle schulden.
Dit zijn niet officieel in de wet vastgelegde regelingen. Het staat partijen vrij dergelijke regelingen te treffen en de vorm en de inhoud ervan naar eigen inzicht vorm te geven zolang daarmee geen publieke norm of rechten van derden worden geschonden.
Terug naar bovenOnder cashflow wordt verstaan het verschil tussen de bruto ontvangsten uit hoofde van de verkoop van producten en de uitgaven in verband met de aanschaffing en aanwending van productiemiddelen in een bepaalde periode. Gemakshalve vaak aangeduid als winst plus afschrijving. Daarbij wordt dan verondersteld dat zich geen financiële herstructureringen hebben voorgedaan.
Engelse term waarmee wordt aangegeven dat de wijze waarop een administratie wordt gevoerd en bijgevolg een jaarrekening wordt onderbouwd dermate 'creatief' is (in negatieve zin) dat die handeling kan vallen onder het begrip winstmanipulatie.
In Nederland maken wij onderscheid tussen de volgende crediteuren:
Een crediteurencommissie kan worden benoemd door de rechtbank op verzoek van een meerderheid van de crediteuren. De commissie heeft het recht om informatie te verkrijgen van de bewindvoerder of curator en heeft de bevoegdheid hem te adviseren. In Nederland wordt niet veel gebruik gemaakt van een crediteurencommissie.
Een curator is doorgaans een advocaat die door de rechtbank is benoemd in een faillissement. In het faillissement verliest de schuldenaar zijn bevoegdheid te beschikken over zijn activa en komt deze bevoegdheid volledig in handen van de curator. De curator handelt onder toezicht van de rechter-commissaris. Zowel de curator als de rechter-commissaris worden benoemd door de rechtbank.
Terug naar bovenVorm van herstructurering waarbij de oorspronkelijke vennootschap (meestal een holding) failliet gaat en activa, activiteiten en een deel van het personeel in een nieuwe vennootschap worden ondergebracht die 'doorstart'. Evenals bij de sterfhuisconstructie (zie 'Sterfhuisconstructie') gaat de oorspronkelijke holding failliet. Het verschil zit voornamelijk in de methode door middel waarvan het afzonderen van de levensvatbare activiteit(en) tot stand komt; door middel van vennootschappen (sterfhuis) of activa (doorstart).
Terug naar bovenEigendomsvoorbehoud is de contractuele bepaling dat een toeleverancier van goederen zich het recht op eigendom voorbehoudt zolang als de schuldenaar de aankoopprijs van deze goederen onbetaald heeft gelaten. Goederen geleverd onder deze voorwaarden blijven derhalve eigendom van de toeleverancier en behoren niet tot de boedel van de schuldenaar. De toeleverancier kan dergelijke goederen in geval van non-betaling opeisen.
Het faillissement kan worden beëindigd na betaling van de laatste uitkering aan schuldeisers. Het faillissement kan eveneens eindigen bij gebrek aan baten.
Surseance kan worden beëindigd na een akkoord en op verzoek van de bewindvoerder wanneer duidelijk is dat continuering van de surseance niet zal leiden tot betaling van de schuldeisers en/of niet in het belang is van de schuldeisers.
Richtlijn nummer 77/187/EEG handelt over voortzetting van arbeidsovereenkomsten bij de overdracht van een onderneming. Deze richtlijn is geïncorporeerd in het Nederlands recht. Deze regeling is echter niet van toepassing bij een faillissement.
Terug naar boven| Home | Kennisbank | Links | Contact | Disclaimer | Voorwaarden |

Copyright © Stigma 2004-2007
Schrijf de webmaster

Webdesign bij Cool Beans